MaarNormaal nr. 6 artikel 10

 

 

Extra

Goed gekloond

 

Stel je even voor, ik maak, zomaar uit het niets,
een kloontje van mezelf, en zet hem op mijn fiets.
Hij rijdt meteen een blokje om, want fietsen kan hij wel,
hij kent de weg perfect, voorzichtig is hij ook en zuinig met de bel.
Dat komt, ik gaf hem een kopie van mijn geheugen mee
met alles wat ik gisteren wist, dus van mij zijn er nu twee.

Maar eerlijk, ik ben er niet gerust op, ik krijg schrik
want, zeg nu zelf, wie is hij dan, of beter: wie ben ik?

Ben ik degene nog die ik een week geleden was
zoals ik denk als ik op mijn geheugen durf afgaan
of is hij dat, zoals ook zijn geheugen laat verstaan?

Maar da's nog niets, nu ik me realiseer dat hij van mij toch heel veel weet:
alle dingen van weleer, en al die dingen die ik liever zelf vergeet.
Wat geeft hem het recht? Dat is mijn exclusief domein
of is het andersom, heb ik geen recht meer hem, dat is mezelf te zijn?

Maar, wacht eens even, als ik dan twijfelen moet aan wie is wie,
waar ligt dat aan, toch niet aan 't loutere bestaan van een kopie?
Dit is fundamenteel. Denk hem even weg, zie ik dan weer
de echte man die ik altijd was, als ik me scheer?
Hoe kan ik ooit nog zeker weten dat nergens op de aarde
iemand even veel mezelf is als ik zelf mezelf kan zijn? Welke waarde
maakt me tot mezelf: mijn dna, of enkele cellen, of wat herinnering?
Besta ik eigenlijk wel of is dit enkel maar bespiegeling?

Misschien bestaat alleen de ik die ik nu ben, nu, dit eigenste ogenblik?
Wat bindt me aan de ik die iemand gisteren was of aan de morgen-ik?
Somber spring ik in de gracht, mijn sombere gedachten achterna
en zie nog net voor ik voor altijd onderga
hoe hij, hoe ik, zwierig met mijn fiets het pad opdraai
en lachend al naar Benedicte zwaai.

Marc, januari 2002

 


© v.z.w. Gents Madrigaalkoor