|
Kijken in de toekomst laat ik aan astrologen, kaartlezers,
pendelaars… Als kooramateur kan ik het wel hebben over mogelijke zorgpunten
voor het amateurkoor-op-topniveau; mag ik hopen dat de kwaliteit van zang
voorop blijft staan en die heeft wel weinig van doen met mode en tendensen.
Ware vernieuwing ligt in een alsmaar intensere inleving; koorontspanning
allereerst in geëngageerde samenzang.
Muziekuitvoeringen worden steeds meer afhankelijk van
sponsoring en reclame. Niets op tegen uiteraard als ter wille van de
luistercijfers het product niet moet worden aangepast. Wenselijk is het dat
amateurkoren-op-topniveau een relatieve onafhankelijkheid bewaren en blijven
gaan voor pure muziekbeleving.
Onderzoek naar stemvorming, een opgedreven oefentijd, haast
grenzeloze opnamemogelijkheden leiden tot verhoogde technische kwaliteit.
Bravoure komt af en toe voorop; ze imponeert, maar verdringt soms muzikaliteit.
Amateurkoren focussen beter niet op dat model. Aandacht voor vertoon
veroorzaakt een tekort aan verinnerlijking, aan suggestie, wezenlijke kenmerken
van muziek.
Onze maatschappelijke ontwikkeling trekt elke kunstvorm naar
entertainment toe en zorgt ervoor dat uitvoeringen wel eens gepaard gaan met
spektakel. Best leuk bedoeld, maar grotesk voor wie een muzikaal geschenk
verwacht. Jawel, grotesk, wat zielig zelfs: aan de ene kant zang van koorleden
met grote vocale en muzikale mogelijkheden, urenlang voorbereid onder
professionele leiding; aan de andere kant “bewegingen” van hen die daartoe geen
specifieke aanleg hebben, ingeoefend dan nog in beperkte tijd en niet steeds
o.l.v. een choreograaf. Waartoe dat hybride en voor wie? De zang wordt er niet
beter van, de zangliefhebber evenmin. Maar podiumpret heet intussen wel
vernieuwing. Amateurkoren hoeven hieraan niet toe te geven. Hun enig doel is en
blijft kwaliteit van zang gericht op kwaliteit van ontvangst.
|
In het horizontalisme van onze tijd zijn de Beatles evenwaardig
aan Beethoven en Bach. Muziek wordt aangepast aan het publieksniveau. Aan
amateurkoren-op-topniveau om deze strekking niet te dienen maar tegen te gaan
en het publieksniveau op te trekken aan het wonder van muziek. En dat
veronderstelt aanleg en vorming, uiteraard ook bij de koorleden. Zij kunnen
zich maar zingend uitleven als zij geduldig leerden zich in te leven in de
bezielde zang. Omdat kwaliteitsmuziek een beroep doet op creativiteit is ze
niet geschikt voor consumptie. Ze kan niet worden gevulgariseerd zonder dat ze
degenereert.
Religieuze muziek wordt veelvuldig geprogrammeerd maar niet
steeds religieus gebracht. Voorbij het technisch kunnen, voorbij de
muzikaliteit is religieuze zang in wezen expressie van geloof, geborgenheid in
het bestaan. Wat bedachtzame, geleidelijke inwijding veronderstelt, nu meer dan
ooit. Een traag proces dat toewijding impliceert en vast engagement. Men vindt
ze nog, beslist bij amateurs. Onze tijd heeft behoefte aan spiritualiteit.
Koren kunnen ze brengen. Ze hoeven hierbij niets te bewijzen, ze horen de
muziek alleen te laten klinken zoals ze is bedoeld: echo van Mysterie,
Oneindigheid. Geen entertainment weliswaar, wel ware ontspanning voor wie ze
hoort.
Gerard Vandenhaute
|