|
Met grote bewondering las ik in Maar Normaal van augustus 2003
dat Johan 30 jaar het Gents Madrigaalkoor dirigeert. Dertig jaar... Niet
te geloven. Dertig jaar als dirigent aan hetzelfde koor verbonden zijn,
symboliseert volgens mij in de eerste plaats: trouw. En artistieke voldoening.
Muzikale vriendschap ook. En ook puur menselijke vriendschap, of, nog mooier:
het samengaan van die twee. Die dertig symboliseert ook: iets opbouwen,
muzikaal en menselijk.
Ik maakte kennis met Johan Duijck tijdens mijn studies
aan het Gentse Conservatorium. Als student kregen we de kans om deel uit te
maken van het concertkoor van het Conservatorium. Aangezien ik toen al
enige tijd zangles volgde en al mijn hele leven met veel plezier in koren
meezing, leek het conservatoriumkoor me een interessante en waardevolle
afwisseling met gitaar studeren, fuga's schrijven en, op dat moment,
de eerste (voorzichtige) stapjes in componeren. Ik heb, nog voor Johans
aanstelling als docent koordirectie en dirigent van het concertkoor, een tijdje
koordirectie gevolgd, dat was in die tijd (zo'n 10 jaar geleden) een
vak in de toenmalige 'Nieuwe Structuur, richting theorie'. En ben daar tot mijn
grote spijt noodgedwongen mee gestopt bij aanvang van mijn studies voor het
Hoger Diploma Gitaar. Het moet ongeveer begin jaren '90 geweest zijn toen
Johan, in opvolging van Michaël Scheck, de leiding kreeg over de koorklas.
Er waren audities voor het concertkoor, ik zong, werd aanvaard, en belandde bij
de sopranen. Van die sopranen behoren er nù nog steeds enkele tot mijn vriendenkring.
Waar Johan in de buurt is, hangt blijkbaar altijd bestendiging in de lucht. De stemming, de sfeer, en de wil om er op optredens te stáán, heeft er bij dat toenmalige concertkoor altijd goed ingezeten. Met Johan als motor. Ik herinner me nog goed de vele busreizen doorheen Vlaanderen: een tournee met Bachs Johannespassie, onder Johans leiding, een tournee met Mozarts Requiem, onder leiding van Ton Koopman, en waarbij Johan het koor had voorbereid, concerten met werk van Kodaly, Kagel zelfs,... De sfeer in het concertkoor was er altijd een van onder vrienden, en de muzikale kennis en ervaring die ik daar heb opgedaan, is van een onnoemelijke waarde en werkt bovendien nog steeds door. Alle kandidaten voor het eindexamen koordirectie werkten met het concertkoor, en Johan gaf hen dus ook les tijdens hun repetitie met ons.
|
Ongelooflijk veel heb ik daar van opgestoken, een kijken en luisteren dat nog steeds een waardevolle basis is voor mijn eigen dirigeren, want het bloed kruipt waar het niet gaan kan : sinds 1997 sta ik zelf als dirigent voor het Izegemse Sint-Gregoriuskoor, en met hen en met L'Estro Armonico heb ik een paar maanden geleden Mozarts Requiem uitgevoerd: naar aanleiding daarvan kwamen veel herinneringen terug.
Hoewel mijn muzikale activiteit zich concentreert op compositie,
heb ik bezig zijn met koor nodig. Ook in de periode met het
concertkoor van het Conservatorium heb ik altijd een heel positieve
inwerking van het koorzingen, van zingen op zich, ervaren op mijn andere
muzikale bezigheden. Het was een inspiratiebron, een motor, een muzikale en
menselijke noodzakelijkheid. En daar heeft Johans enthousiaste en
energieke persoonlijkheid en muzikale begeestering in grote mate toe
bijgedragen. Zoiets maakt indruk op jonge muziekstudenten. Het stelt een
voorbeeld. Ik speel overigens nog steeds gitaar mét ademsteun.
Met het Gents Madrigaalkoor heb ik onder Johans leiding Les
Noces van Stravinsky meegezongen. Dat heeft me er later toe aangezet
het werk eens heel grondig te analyseren. Als componist is het mijn
gewoonte om vanuit modi, reeksen uit – korte - citaten van andere werken mijn
eigen werk op te bouwen. Citaten die zelden hoorbaar zijn en die enkel dienen
als kiem voor de ontwikkeling van het toonhoogtemateriaal in mijn werk.
Zonder al te technisch te worden: vanuit de slotakkoorden van Les Noces
zijn het voorbije halve jaar Campo (voor beiaard) en Amanecia
(voor 10-koppig instrumentaal ensemble) ontstaan. Ik zei het al: waar Johan in
de buurt is, is bestendiging aanwezig. Ik waardeer overigens ook ten zeerste
Johans inzet voor het brengen van nieuwe muziek van eigen bodem. Ik herinner
mij bijvoorbeeld zijn creatie (eind 2002) met het Vlaams Radio Koor van Lux
van Annelies Van Parys als beklijvend. En het doet me veel genoegen dat Johan
ook in het buitenland de erkenning krijgt die hij verdient. Het allermooiste is
dat hij dat blijft combineren met zijn wortels: als een boom die, hoe hoog hij
ook groeit, stevig blijft 'aarden' in zijn wortels. Johan Duijck en het Gents
Madrigaalkoor wezen elkaar nog lange tijd gegund!
Petra Vermote
|