De buurvrouw met de hond ding-dongde zeer dringend
op de bel.
"Of ik kon meekomen", stotterde ze,
"en vlug", blafte de hond,
"want er gaat een ooi lammeren en wij hebben daar geen verstand
van".
Ik kreeg visioenen.
Twintig jaar geleden werkte ik als verpleegster in
de thuiszorg op de boerenbuiten. De patiënten kregen bedbaden,
spuiten, wondverzorgingen, spoelingen, vriendschap en gezelschap.
"Maar", zo zei ons madam-zaliger, "ge moet niet
alleen aandacht hebben voor uw patiënt maar ook voor zijn
omgeving", wat we volledig beaamden en met diverse graden
van integratie begonnen toe te passen.
Zo verstrekte ik stilaan ook zorgen waarvoor geen
nomenclatuur bestond.
Bij boer Jan leverde ik een korf jonge duiven af
als geschenk van zijn schoonzuster, waarna ik zijn hemorroïden
verzorgde.
Bij Virginie omwikkelde ik een hardnekkige ulcus
cruris, knipte het haar van de oude nonkel en plukte de kat uit
de seringen.
Bij Thomassens werden de drie broers die aan een
zeldzame spierziekte leden, gewassen, in de rolwagen gezet en
het erf opgereden om te zonnen, waarna ik samen met de veearts
een kalf "afhaalde" en vergast werd op een druppel.
't Gebeurde ook wel dat ik op tijd kwam voor de slacht
en een dood varken hielp blussen dat even te enthousiast in brand
was gestoken "om 't haar eraf te schroeien".
Eens zaten op de achterbank van mijn tweepeekaatje,
broederlijk naast elkaar, twee geslachte ganzen en een trekharmonica,
af te geven op 't Hof van Gryzolle, terwijl ik daar toch moest
zijn voor een geamputeerd been. Daar gaven ze plantgoed mee voor
de volgende post waar een kind met brandwonden diende verzorgd.
Als thuisverplegende was je dus wel "polyvalent"
bezig. Zo polyvalent had onze baas het wellicht niet bedoeld,
maar ik vond het heerlijk.
De buurvrouw onderbrak mijn mijmering.
Haast-je-rep-je samen naar het schuurtje waar katten,
kippen, konijnen en 't schaap zeer knus samenhokten. De haan die
de leeftijd van een goede coq-au-vin benaderde, werd prompt naar
de mesthoop verwezen. De kraamzorg kwam op gang. De ooi lag duidelijk
in arbeid. Vers stro werd in de buitenlucht stofvrij geschud en
als een gouden bed in 't schuurtje open gespreid. Buurvrouw en
hond, over het halve deurtje geleund, kreunden wit om de neus
met het schaap mee. Geboren worden is een ernstige zaak, dat zag
je aan het schaap. Het dier perste het wit uit haar ogen en daar
verschenen de voorhoefjes en 't snuitje al, het muiltje open en
de tong blauw.
" 't Moet hier rap veranderen", zou Thomassens
gezegd hebben. Dus trekken geblazen. Bij de volgende perswee greep
ik de voorpoten beet en trok, als een volleerde herder, het lam
zonder schade aan moeder en kind, de wereld in.
All things bright and beautiful
All creatures great and small
De ooi likte krulletjes in haar kind, terwijl dat
al onmiddellijk verwoede pogingen ondernam om te staan, terwijl
zijn koddeke "pertig lutselde en loterde"! Plechtig
werd ik meter van het schepsel dat zo fris aan het leven begon.
De buurvrouw wou belonen. Ik koos eieren voor mijn
geld. Twaalf. Zelfgelegd. Dan ging ik naar huis, onderweg Bach
en Vivaldi fluitend. Ik groette joviaal de boze buurman van de
overkant.
O wee, de vermetele.
O wee, de belager van mijn metekind.
O wee, degene die het waagt mijn overheerlijke recept van lamsnavarin
met lentegroenten te vragen. Je weet wel, dat stoofpotje waarin
een hele ontbeende lamsschouder gaat, zorgvuldig ontvliesd en
ontvet, in gelijke delen versneden, aangebakken olijfolie van
goede kwaliteit en hoeveboter; dat zo pittig afgekruid wordt met
curry, gesingeerd en overgeschept in een stoofpot, samen met een
bouquet garni, tijm, look, peterseliestengels, witte wijn, pomodoro-tomaten,
lamsfond en peper; dat twee uur op de rand van het vuur mag staan
frimmelen (frémir in het Frans), waarna een heerlijk
garnituur wordt bijgevoegd van "al dente"-selder,
sluimererwten, jonge wortelen, asperges, meiraapjes en charlotte-aardappels;
dat afgewerkt wordt met grofgehakte peterselie en binnengewerkt
met een château die open en zacht van kleur is, met
een discrete neus, smakelijke aanspraak, karaktervol en goed potentieel.
O wee, de onverlaten.
Ik zal het niet geven.
Ik zal hen daarentegen een vakantiebestemming voorschotelen naar
een kannibaleneiland. Eerste klas. Enkele reis.
Mia Strobbe
|