Inhoudsopgave MaarNormaal nr. 5


Ik herhaal:

Johan Duijck onthult repetitietechnieken

In 1981 kreeg László Heltay van de Vlaamse Federatie van Jonge Koren de vraag om met een internationale cursus koordirectie te starten. Het werd het begin van een prachtige reeks zomer-, herfst-, winter- en zelfs lentecursussen, en van een lange samenwerking met Johan Duijck. In de loop van de jaren stelden ze een lijst samen met tips voor koordirigenten. Wat begon met enkele elementaire vuistregels, groeide aan tot een heel stel ideeën, trucjes, regels. Johan geeft aan MaarNormaal de primeur om de eerste 24 te publiceren. zomer-, herfst-, winter- en zelfs
lentecursussen

Ik heb het in mijn schriften nageteld: in die twintig jaar "spitsbroederschap" gaven we een veertigtal cursussen in Vlaanderen, Spanje en Groot-Brittannië, en zagen we meer dan driehonderd koordirigenten de revue passeren. Gaandeweg hebben we een soort school gevormd. Niet op het gebied van de interpretatie: dit "wat" blijft tenslotte het domein bij uitstek waarvan geen enkele dirigent en - hoe paradoxaal ook - zeker geen student-dirigent graag afstand doet. Maar wél op het gebied van het "hoe". Hoe het eigen wat van het koor verkrijgen (als u begrijpt wat ik bedoel). Dat hoe, de techniek dus, bestaat uit een aantal factoren, waarvan de belangrijkste zijn: partituuranalyse, gehoortraining, vocale scholing, slagtechniek, repetitietechniek.

Zolang MaarNormaal zijn activiteiten niet uitbreidt in audiovisuele richting, beperkt mijn bijdrage zich tot het onderwerp repetitietechniek. Daaronder verstaan we: hoe op een efficiënte en aangename manier repetities leiden om zo snel mogelijk het beste resultaat te krijgen met een ons toevertrouwde groep mensen.

Ik schrijf nu nog: de dirigent, hij. Op dit ogenblik zijn de vrouwelijke dirigenten nog in de minderheid, maar hun aantal is, zeker in Spanje, flink aan het stijgen. We kunnen ons hierover natuurlijk niet genoeg verheugen. De goedwillende geëmancipeerde lezer(es) leest ondertussen wel: de dirigent, hij/zij.

Hier gaan we dan.



  1. Niet het studeren van de techniek, maar de techniek van het studeren

    Met deze uitspraak van Franz Liszt, die nochtans legendarisch was voor zijn piano-"techniek", raken we de kern van ons onderwerp. Denk niet alleen over de compositie zelf na, maar ook over de beste manier om ze ingestudeerd te krijgen. Studiemethode is de tweelingzuster van repetitietechniek. Studiemethode: prioriteiten stellen, volgorde van op te lossen problemen, overzicht van het geheel, ingraven in details, inzicht, begrijpend geheugen. Hoe beter het voorbereidend huiswerk, hoe meer kans op een geslaagde repetitie. Een dirigent die onvoorbereid aan een repetitie begint, heeft gegarandeerd prijs: zoiets heeft het koor meteen door.

  2. Synthese, analyse, synthese

    Het is altijd beter eerst een algemeen overzicht, een synthese, te geven. Begin daarom met een passage 1 tot 3 keer gewoon door te zingen, zonder op details in te gaan. Geef tussendoor hoogstens één algemene bemerking. Laat van het stuk proeven en graaf dan pas geleidelijk dieper (de analyse). Wanneer er een paar details wat grondiger bekeken zijn, een aantal problemen opgelost, zing dan opnieuw de passage een paar keer door. Deze synthese klinkt hopelijk al beter dan de eerste.

    "Synthese, analyse, synthese" is van toepassing op meer dan één niveau:


    • de repetitie zelf. Begin en einde van de repetitie komen in aanmerking voor synthese, het midden voor analyse.

    • de passage, een aantal maten (volgens de moeilijkheidsgraad van het werk). Eerst het koor de gelegenheid geven op eigen kracht en/of met behulp van de piano het terrein te verkennen. Geleidelijkaan wordt het vergrootglas bovengehaald. Wanneer de problemen opgelost geraken, wordt het vergrootglas geruild voor de verrekijker. Uiteindelijk... zingen met de ogen dicht (uit het geheugen, by heart, par coeur: het geheugen is de sleutel tot het hart).


  3. Informatie - voorbeeld - actie

    Geef eerst concrete en precieze informatie over de manier waarop ge een passage of een detail wilt realiseren. Zing of speel de passage op de piano zoals ge ze wilt horen (het voorbeeld) en laat het koor of een stemgroep ze meteen herhalen (imitatie). Let erop dat de informatie kort is, dat het voorbeeld onmiddellijk volgt en dat de actie van het koor er direct bij aansluit. Zo blijft er ritme in de repetitie. Dikwijls zelfs kan de dirigent innerlijk het tempo van de vorige passage bewaren terwijl hij de informatie geeft, vervolgens de passage in dat tempo zingen en aansluitend het koor in hetzelfde tempo laten overnemen. Zo wordt stilstand vermeden, alles sluit organisch aan, vloeit in een voortdurende ritmische stroming.

    Een zijsprongetje: ervaren koren hebben meestal genoeg aan de informatie, het voorbeeld is dan overbodig of zelfs storend. Andere koren hebben niet altijd de informatie nodig, ze hebben soms genoeg aan een correct te imiteren voorbeeld.

  4. Het probleem isoleren; daarna terug integreren in de context

    Een dirigent is als een dokter. Hij moet zeer snel een (liefst juiste) diagnose kunnen stellen en onmiddellijk tot de kern van het probleem komen. Het heeft geen zin met het hele koor 10 keer dezelfde 20 maten door te zingen als het struikelblok dezelfde twee maten zijn in één stemgroep. Eerst dat probleem isoleren en oplossen, dan terug integreren in de context, liefst met het volledige koor, of anders stapsgewijs in stemmencombinaties.

  5. De brug maken

    We hebben de natuurlijke neiging passages die moeten doorgewerkt worden te laten samenvallen met een muzikale zin of een hoofdstuk. Het is dikwijls beter de brug, de overgang naar het volgende fragment te maken en enkele maten van dat fragment mee te nemen. Natuurlijk komt dat muzikaal onlogisch over, maar de aarzelingen en problemen aan het begin van een nieuw hoofdstuk kunnen een beetje meer oefening best gebruiken.

    Give note like
blessing

  6. Give note like blessing

    Geef de toon op als een zegening. Na een onderbreking voor commentaar geeft de dirigent de juiste toon op voor de stemgroepen. Dat moet zorgvuldig en "officieel" gebeuren. Daarna mag hij niets meer zeggen, al heeft hij de neiging om nog gauw een laatste raadgeving mee te geven. Informatie, toon opgeven, concentratie, start.

  7. Solamente una vez

    Eén keer maar. Hoe dikwijls valt een dirigent niet in herhaling, in woord, in voorzingen. De aandacht van het koor verslapt daardoor enorm. Neem de gewoonte aan een boodschap maar één keer, duidelijk en precies door te geven. Dan is het de beurt aan het koor. Doet het niet wat de dirigent vroeg, onderbreek meteen, kijk uiterst verbaasd (liefst met opgetrokken linkerwenkbrauw - komedietje nr. 4): "ik vroeg dit toch anders ?". Als bij mirakel stijgt de concentratie terug tot een beschaafd menselijk niveau.

  8. Repetitie: resultaat en entertainment

    Aan het einde van de repetitie zouden de koorleden duidelijk moeten weten wat precies het resultaat, de verworvenheid van deze repetitie is. Wie per hoge uitzondering een repetitie heeft moeten missen, moet de volgende keer meteen aanvoelen wat hij niet kent, welke afspraken hij gemist heeft.

    Terzelfder tijd zou iedereen zich na de repetitie frisser, energieker, meer ontspannen, ontroerder, gevoeliger, blijer, mooier moeten voelen dan ervoor.

    De dirigent durft wel eens vergeten dat koorleden er dikwijls al een zware dagtaak hebben opzitten. Ze verlangen wel resultaat, maar willen daarvoor niet te veel afgepeigerd worden. Een beetje afpeigering, tot daar aan toe. Ze willen een repetitie beleven als een avondje uit. De dirigent gaat daarom op zoek, hij probeert strengheid, concentratie en veeleisendheid te combineren met ontspanning, speelsheid en humor.

    Gebruik de piano
intelligent

  9. Gebruik de piano intelligent

    Ik kan moeilijk alle markten opsommen waarvan de ideale koordirigent thuis moet zijn. De meest voor de hand liggende vaardigheden zijn: repertoirekennis, talenkennis, tekstgevoeligheid, een brede culturele interesse, muzikale kennis (schriftuur, interpretatie, historiek), compositie-inzicht, partituuranalyse, stijlkennis, een goed gehoor, vocale scholing, pianospel, slagtechniek, repetitieplanning en -techniek, pedagogie, psychologie, organisatietalent. Er zijn zeker nog gebieden waaraan ik niet zo direct denk.

    Vanzelfsprekend zal wie van huis uit zanger is op een andere manier repeteren dan een dirigent die in de piano zijn ankers vindt. Als ieder maar zijn sterke kant gebruikt om te zeggen wat hij wil zeggen, maar tezelfdertijd werk maakt van zijn zwakkere kant. Of assistentie inroept.

    Specifiek over het gebruik van de piano in koorrepetities kan een bibliotheek vol geschreven worden. Ik beperk me hier tot vier ideetjes:


    • Soms is een piano beter geschikt dan het stemtimbre van de dirigent om een collectief klankideaal te beïnvloeden. De klank van een piano is op zichzelf neutraal. Een handige pianist heeft een onuitputtelijke trukendoos om die neutraliteit aan te passen aan de muziek en het koor in kwestie. De stem van een individu mist die neutraliteit, juist omdat het stemtimbre zo persoonlijk is. Zelfs als de dirigent een beroepszanger is, kan zijn stem voor sommige koorleden een hindernis zijn om op dezelfde golflengte te komen.

    • Liever dan de noten mee te tokkelen (of te hameren !) kan een pianist-dirigent de noten in een harmonische of contrapuntische context plaatsen. Dat hoeft niet de context te zijn die de componist heeft bedoeld, soms kan juist een andere harmonisatie of een tegenstem beter helpen om de juiste noten te vinden, om correcter te intoneren, om de stem anders te kleuren...

    • Als een stemgroep toch noot per noot meegespeeld wordt op de piano, is het aan te raden een octaaf hoger of lager te spelen. Dat horen de zangers beter dan noten in hun eigen tessituur.

    • Zoals een beroepszanger er zich in zijn helderder momenten op betrapt dat hij met zijn voorzingen overdrijft omdat hij zichzelf toch zo graag hoort, zo moet ook de pianist-dirigent zich ervoor hoeden te continu de geliefde toetsen te strelen. Op de duur hoort hij niet meer wat er in het koor echt gebeurt. De a-capellatest is en blijft het opperste criterium.
    Dat horen de zangers beter
dan noten in hun eigen tessituur

  10. Motiveer en controleer

    De energie moet in de twee richtingen stromen.

    Motiveer. De dirigent kan door zijn liefde voor en zijn verliefdheid op de muziek, én door zijn liefde en respect voor de koorleden, voortdurend zijn mensen motiveren, helpen, enthousiast maken. Op zulke momenten is hij solidair met het koor. Hij stuwt, stimuleert, sleurt mee.

    Controleer. Een drastische ommekeer! De dirigent distantieert zich van het koor, er gaat haast geen energie-impuls van hem uit, hij stelt zich, soms ook letterlijk, op een afstand op. Hij anticipeert de rol van het publiek, de recensent, de microfoon. Dit desolidariseren is absoluut noodzakelijk: welke kennis, kracht, energie, schoonheid draagt het koor echt zelf uit ? Dikwijls verkeert de dirigent in de waan dat het koor zingt zoals hij zich dat innerlijk voorstelt. Een stap terugzetten dwingt de dirigent echt te luisteren en te oordelen, zijn ideale klankbeeld te vergelijken met de realiteit.

  11. Hiërarchie en chronologie

    1: noten, ritme, intonatie
    2: vocaliteit, klankschoonheid
    3: dynamiek, muzikaal beeld, expressie

    Natuurlijk is dit niet waar.

    (Maar toch moeten we er eens over nadenken... Er is natuurlijk een voortdurende interactie tussen alle parameters van de menselijke expressie: elke parameter kan een andere positief of negatief beïnvloeden. Eén voorbeeldje: zingen met richting, naar een doel toe, kan de intonatie enorm beïnvloeden, hoewel het eerste behoort tot het domein van de expressie, het tweede tot het domein van de pure, correcte realisatie. Toch mag de intonatie zelf niet volledig afhankelijk worden van dat zingen met of zonder richting. Met andere woorden: de intonatie als geïsoleerde parameter moet op zichzelf perfect kunnen zijn, zonder meer.

    Het komt vaker voor dan we denken: mensen zonder oren aan hun hoofd die zich een dirigent wanen. Wat doen ze dan ? Verstoppertje spelen. Ze babbelen en babbelen maar: in de eerste plaats over de betekenis van de tekst (weliswaar een erkende heilige koe, maar wel opvallend in trek bij mensen zonder oren). Over de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste gevoelens (inderdaad, voelen kan zonder oren). Ondertussen hebben ze er geen benul van wat hun koorleden hen in werkelijkheid opdissen. Helaas, helaas ! Een huis moet eerst goed gefundeerd worden, stevig gebouwd, dan pas mogen de decorateurs hun Blijde Intrede doen. Geen subjectiviteit ten koste van objectiviteit. First things first.)

  12. Oren open, mond (meestal) toe

    Af en toe kan het nodig zijn de tekst mee te lippen ("to mouth the words") met het koor. Maar dat mag geen gewoonte worden waarvan zowel koor als dirigent uiteindelijk afhankelijk worden. Een te frequente "mond-activiteit" van de dirigent verhindert hem te horen wat er echt gebeurt, hij neemt zijn wensen voor werkelijkheid. Wie in een fuga al de inzetten mee-lipt is met zijn gedachten, activiteit en oor (bijna) uitsluitend met die inzettende stemmen bezig. De rest hoort hij niet meer. Hoe kleiner de (mond)activiteit, hoe groter het oor. Een goede dirigent bewijst zijn koor geen lippendienst maar is één en al oor voor zijn koorzangers.

  13. Simplify, don't complicate

    Maak de dingen eenvoudiger, niet ingewikkelder. We hebben de pedagogische neiging tussenstapjes te bedenken om een moeilijkheid te overwinnen, maar maak er geen zijsprong van: de bedachte ezelsbrug is soms een brug te ver, de oefening moeilijker dan het doel. Chaos is het resultaat. Het komt erop aan een ingewikkelde passage te herleiden tot zijn essentie, de elementaire bouwstenen van de compositie bloot te leggen, inzicht te verwerven in het compositorisch skelet.

  14. If it ain't broke, don't fix it

    (© Paul Brandvik). Wat niet kapot is moet ge niet herstellen. Tijdens zijn voorbereiding thuis probeert de dirigent de problemen te voorzien en er een oplossing voor te bedenken. Maar soms blijkt het koor snuggerder dan verwacht en is er helemaal geen probleem. Een overijverige dirigent kan dan in de verleiding komen zijn huisvlijt toch voor het koor te etaleren. Opnieuw: laat u niet leiden door wat er zich in uw hoofd afspeelt, maar door wat er echt gebeurt.

    "A choir is a self-cleaning river", een koor is een zelfreinigende rivier. Soms volstaat het een passage enkele keren door te zingen zonder echt in te grijpen. Het koor verbetert zichzelf wel. Een discrete blik in de richting van een occasionele scheve schaats doet wonderen.

  15. Problemen oplossen: parameters isoleren

    Maak onmiddellijk duidelijk tegen welke parameter gezondigd wordt. Dat kan de melodie zijn, of het ritme, de intonatie, de tekst, de nuanceringen, of er kan een vocaal of muzikaal probleem zijn, de kleur, de balans... Werk dan eventjes alleen op die ene parameter. Als er foute noten worden gezongen, loont het de passage traag en zonder ritme in te oefenen; als het ritme het probleem is laat dan de tekst in het juiste ritme spreken, zonder melodie. Om een passage vocaal te verbeteren kunnen de medeklinkers eens weggelaten worden; als een fragment niet homogeen genoeg klinkt, worden de nuanceringen tijdelijk weggelaten. Een parameter krijgt meer licht wanneer we zijn collega's in de schaduw zetten.

  16. Algemeen belang gaat voor persoonlijk belang

    Stel even, de repetitie zit in een synthesefase en het koor zingt een wat langer fragment door. Dat lukt redelijk goed, behalve dat gedurende een twintigtal maten het koor ei zo na door de mand valt, en dat er nauwelijks iets overeind blijft van de "interpretatie" die de dirigent in analyse-momenten van de voorbije repetities met het koor heeft opgebouwd. Op dat ogenblik is dit de hiërarchie van de problemen: eerst het algemeen belang, het probleem dat zelfs de grootste muzikale analfabeet hoort (de passage waarin het koor bijna door de mand valt). Pas op de tweede plaats komt het persoonlijk belang, de discrepantie tussen de realisatie van het koor en de intentie van de dirigent.

    Ook hier objectiviteit vóór subjectiviteit. Eerst de realisatie, dan de "interpretatie" (of hoe heet dat tegenwoordig ?).

  17. Sing to the choir; sing seldom with the choir

    Voorzingen voor het koor; zelden meezingen met het koor. Kies op elk moment de taakverdeling, de energierichting en maak die duidelijk: ofwel luistert het koor naar de dirigent die uitleg geeft of iets voorzingt; ofwel zingt het koor en luistert de dirigent. Dat is ook een uiting van eenvoudig en vanzelfsprekend wederzijds respect.

    Helaas, hoe dikwijls maken we iets heel anders mee: de uitleg van de dirigent gaat verloren omdat sommige koorleden in de waan verkeren ook iets interessants met hun buur te moeten bespreken; daarna presenteert het koor het beste van zichzelf maar de dirigent hoort het niet - hij zingt zelf mee.

    Natuurlijk moet de dirigent af en toe met een stemgroep meezingen: om te helpen, te motiveren. Maar het blijft een uitzondering.

    Involve everyone

  18. Involve everybody

    Betrek alle koorleden zoveel mogelijk bij de repetitie. Structurele werkloosheid leidt tot luiheid en babbelzucht. Vermijd dat een stemgroep te lang inactief is, wegglijdt in lethargie en verveling. Als b.v. de sopranen op de sukkel zijn met een passage, laat de tenoren meezingen. Wanneer ge 10 minuten nodig hebt om de bassen op het juiste spoor te krijgen, breek dan die 10 minuten in kortere stukjes en wissel ze af met gemeenschappelijke activiteiten, liever dan de bassen, u zelf en het hele koor 10 lange minuten het leven zuur te maken.

    Trap ook niet in de val van de voorspelbare repetitievolgorde. In een fuga b.v. is dit het klassieke schema: eerst repeteren de sopranen 6 minuten, dan de alten hun 6 minuten, daarna de tenoren en tenslotte (wie had dat verwacht) de bassen. Probeer liever de aparte stemgroepen af te wisselen met gemeenschappelijke studiemomenten. Maar hou goed bij hoeveel elke stemgroep aan bod is gekomen.

  19. Tijdsverdeling: koor 90 %; dirigent 10%

    Het zou leuk zijn eens een repetitie te beluisteren van buiten het repetitielokaal. Als het koor het leeuwendeel van de tijd zingt, slechts sporadisch onderbroken door gerichte opmerkingen van de dirigent, wijst dat op een aangename, nuttige, vlotte repetitie. Maar wanneer de dirigent veel aan het woord is en er weinig gezang te horen valt, reken maar dat er sprake is van verveling, stilstand.

    Op directiecursussen werken we soms met een stopwatch. Telkens wanneer een dirigent het koor onderbreekt krijgt hij precies 15 seconden om één brokje informatie te geven, iets voor te zingen of te spelen en het koor terug in actie te brengen. Zo leert hij zijn onderbrekingen kort en efficiënt te houden.

    Dit continu ritme van de repetitie combineren met een rustige beheersing en diepgang, weg van alle gejaagdheid, is de levensnoodzakelijke keerzijde van de medaille. Dat evenwicht kan maar opgebouwd worden door jarenlange ervaring en zelfkritiek.

    Natuurlijk moet de regel van de korte interventies "geregeld" bewust doorbroken worden. Een diepgaander uitleg, een persoonlijke noot, een mopje, een babbelpauze: welkome ademmomenten in een overwegend dynamische repetitie.

  20. Begin en eindig elke repetitie precies op tijd

    Zelfs als er nog maar 5 van de 80 koorleden aanwezig zijn op de afgesproken tijd: begin eraan. Uit respect voor wie op tijd is. Het is ook de enige manier om de laatkomers te laten voelen dat ze te laat zijn. Stop liefst ook niet te vroeg; dat kan alleen speculaties voeden op de volgende repetities. Maar stop zeker niet ná de afgesproken tijd: ook die stiptheid geeft blijk van respect voor de mensen waarmee ge werkt.

    Een dirigent is een trainer

  21. Voed op tot onafhankelijkheid

    Een dirigent is als een voetbaltrainer. Vóór de match is hij zeer belangrijk. Naarmate de uitvoering nadert wordt zijn aandeel kleiner en groeien het inzicht, de kennis en de activiteit van het koor. Het doel van de dirigent is zich (quasi) overbodig te maken. Op het concert treedt dan een koor aan dat als een perfect afgestelde machine op zichzelf draait. Het heeft geen dirigent meer nodig om te functioneren: dát klaart het zelf wel. Als de dirigent per geluk ook nog een kunstenaar is (wat aardig meegenomen is), zorgt hij tijdens het concert wel voor een extra dimensie waarvan meestal niemand, ook hijzelf niet, enig vermoeden had.

  22. Insisteren en/of geduld oefenen

    Soms staat de dirigent voor de keuze:


    • ofwel: doordrammen tot het probleem is opgelost: echt durven aandringen, de moordlustige blikken en diepe zuchten van de gemartelde koorleden negeren, het onderste uit de kan halen. Want: plus est en nous.
    • ofwel: de oplossing op lange termijn zien: het probleem ietwat aanraken, omsingelen, dan weer laten rusten. Herhaal de volgende repetities de omsingeling en snoer ze aan tot de volledige overgave. Soms is het voor ieders gezondheid beter de wegen van de geleidelijkheid te bewandelen.


  23. Positief voorbeeld

    Probeer de dingen altijd positief uit te leggen, zing voor, speel voor: zó wil ik het horen! Haal alleen in de uiterste nood het ultieme afschrikkingsmiddel boven, de negatieve demonstratie ("ge klinkt zo…"). Als uitdrukking van de allergrootste wanhoop.

  24. Eenvoudige moed in verband met de Basisprincipes

    Een dirigent is een zaag. Hij moet de basisprincipes uitentreuren opgewekt herhalen: "Rechtop zitten! Benen niet kruisen! Niet praten! Thuis studeren! Stralende gezichten! ¡Partituras arriba! Kijken!…" Daarvoor is geen heldenmoed nodig. Wel - en onderschat dat niet - de eenvoudige dagelijkse moed om altijd maar opnieuw klare wijn te schenken.


    Tenslotte...

    Natuurlijk liggen sommige regeltjes voor de hand. Terwijl ik ze opschrijf schaam ik me er bijna voor zulke open deuren in te trappen. Maar het is onvoorstelbaar hoe dikwijls en hoe hardnekkig er tegen deze evidenties gezondigd wordt, zeker niet het minst door uw dienaar...



Het ga u goed.
Johan Duijck, 23 november 2000



© v.z.w. Gents Madrigaalkoor, 2001
Terug naar de titelpagina van MaarNormaal MaarNormaal is een uitgave van het
Gents Madrigaalkoor
H. Frère-Orbanlaan 609
B-9000 Gent
tel / fax: 09-223 50 52
secretariaat@gmk.be
Terug naar de overzichtspagina van het Gents Madrigaalkoor