![]() |
|
Antwerpen, 28 april 2000. De Carolus Borromeuskerk.
Concert naar aanleiding van de vijfhonderdste verjaardag van de
kinderverkrachter, kettervervolger en sloper van de Gentse vesten,
Keizer Karel. Zijn lievelingsmelodie was het chanson van Josquin
des Prez, Mille Regretz. Hij had natuurlijk geen spijt over zijn
zonden, maar over het feit dat hij geen smeerlapperij meer zou
kunnen uithalen na zijn dood. Hij had zich geen zorgen hoeven
te maken, want zijn zoon heeft hem op gebied van perversie ruimschoots
overtroffen. Het is dus naar aanleiding van deze verjaardag dat
onze Vlaamse Regering een nieuwe kettervervolgingscommissie opgericht
heeft en dat er overal te lande grootse evenementen georganiseerd
worden. De Vlamingen zijn dus het grote failliet van weleer duidelijk
nog niet te boven gekomen, de Franse revolutie heeft haar uitwerking
verloren in onze contreien. Maar niet getreurd. De middenstand
kan er maar wel bij varen. Het is echter niet daarover dat we wilden berichten,
maar over het prachtige concert dat het Gents Madrigaalkoor in
Antwerpen ten beste gaf. Het koor, onder leiding van Johan Duijck,
heeft met verve de stad Gent eer aan gedaan. Op het programma
'Songs of Farewell' van Hubert Parry. Dit is de componist van
het bekende Blake-lied 'Jerusalem', dat de Engelsen graag als
idioten staan te brullen als afsluiter van grote volksfeesten,
zonder te weten dat ze zichzelf genadeloos aan het bekritiseren
zijn. Maar kom. Deze songs of farewell zijn wondermooie koorzettingen
en werden op overtuigende wijze vertolkt door het Madrigaalkoor. Vervolgens vertolkte 'DE VENTO' een reeks prachtig
intieme renaissancewerkjes van diverse componisten. Een soort
verslag van de laatste reis van Karel. De subtiele vertolking
van Cécile Kempeneers liet deze kleinoden mooi tot hun
recht komen. Het ensemble, onder leiding van Marcel Ketels, weet
steeds weer de juiste sfeer te treffen. Spijtig dat al deze schoonheid
voor het vertier diende van zo'n monsters. Maar wellicht was het
zonder dat nog erger geweest. Laat ons aannemen dat ze over nog
één ongeperverteerd gen beschikten, dat hen in staat
stelde deze schoonheid te kunnen verdragen. Tot slot het grootse werk van Roland Coryn, 'Deux
Mille Regretz', voor recitant, gemengd koor a capella en ensemble
van renaissance-instrumenten. Coryn maakte een keuze uit de gedichtenbundel
'De Vlinderboom' van Anton van Wilderode. De cyclus evoceert de
laatste jaren van Karel. Aan bed gekluisterd door jicht en andere
vreselijke kwalen, met permanent zicht op altaar en celebrerende
inquisiteurs, mijmert hij over de vervlogen tijden. Gelukkig beschikt
de krachtige muziek van Coryn over het vermogen al dit lelijks
te doen vergeten. Zijn koorzettingen zijn rijk en gevarieerd.
Hij maakt virtuoos gebruik van de bestaande technieken ten dienste
van de inhoud van de teksten. De harmonie is soms broos, soms
voluptueus. Metrum en ritme soms ingetogen, soms uit de bol gaande.
Het koor had er duidelijk een kluif aan, maar ze hebben dit kundig
vertolkt. Nergens was er een 'aan de rand van de afgrond'-gevoel.
In de interludia weet Coryn op frisse wijze de nieuwe technieken
te versmelten met de oude klankkleuren. Dit zou de ensembles oude
muziek kunnen inspireren hun repertoire wat te verfrissen. De
voordracht door Werner Brans was geïnspireerd en krachtig.
Warme stem heeft die man. Hij spreekt ongemaniëreerd. Uit
zijn mond klinkt het Nederlands als een normale taal. Kortom een geslaagde avond, ondanks de aanleiding
ervan.
Theofiel Kwartels
(uit: Nieuwe Vlaamse Muziek Revue, tijdingen van De Rode Pomp, sept. 2000)
![]() |
MaarNormaal is een uitgave van het Gents Madrigaalkoor H. Frère-Orbanlaan 609 B-9000 Gent tel / fax: (09)223 5052 secretariaat@gmk.be |
![]() |