 |
Programmeren
|
Hoe bepaalt een amateurkoor zijn
programmering ? De tijd dat de dirigent die klus op zijn
eentje klaarde is voorbij. Hoe gaat dat bij het GMK in zijn werk ?
Welke factoren spelen mee, hoe worden ze in evenwicht gehouden ?
De redactie sprak daarover met het voltallige koorbestuur.
De vraag van MaarNormaal om over dit onderwerp een
"interview" met dirigent én bestuur te organiseren
verraste misschien een beetje, maar de onwennigheid verdwijnt
gauw. Nog voor we goed en wel begonnen zijn, is iedereen het erover
eens dat er vier belangrijke spelers zijn die de programmering
bepalen: de dirigent, het koorbestuur, de koorleden en de buitenwereld.
U zal zien dat de eerste twee spelers in het gesprek niet meer
voorkomen. Misschien omdat ze zelf aan het woord zijn, maar ook,
zullen we maar aannemen, omdat het probleem daar niet ligt. De
dirigent heeft, indien al niet het eerste, in elk geval het laatste
woord over het repertoire, terwijl over concerten in principe
het bestuur beslist, en aangezien beide aspecten in elkaar haken...
zijn dirigent en bestuur veroordeeld tot een goede verstandhouding.
En als die verstandhouding geen probleem vormt, is er ook helemaal
geen probleem. Blijven over: de koorleden en de buitenwereld.
Binnen en buiten
- De buitenwereld, dat zijn
op dit ogenblik vooral concertorganisatoren die het koor vragen
voor de uitvoering van een specifiek werk. Het aantal dergelijke
vragen is de laatste jaren fors toegenomen.
- Dat is natuurlijk fantastisch, maar daar moeten
we toch mee uitkijken, het evenwicht goed in het oog houden. De
vragen van externen heb je namelijk niet in de hand, niet qua
timing, niet qua programma. Dat betekent dat we ook moeten durven
sommige aanvragen te weigeren.
2-sporenbeleid
- Werken we die opdrachten
wel altijd genoeg af ?
- Dat is een aspect van het probleem. De verleiding
bestaat om zoveel mogelijk projecten aan te nemen en tegen een
hoog tempo te werken. Zelfs als de kwaliteit van de concerten
niet rechtstreeks in het gedrang komt, kan dat toch maken dat
er onvoldoende wordt afgewerkt en de kwaliteit van het koor zelf
achteruit gaat. Ook het sociale aspect komt dan onder druk te
staan. Het is daarom belangrijk af en toe wat gas terug te nemen.
- Betekent dat minder concerten, minder zware concerten
of een ander repertoire ?
- Het betekent vooral dat we ons bewust moeten
zijn van een 2-sporenbeleid. Er zijn die twee spelers die de programmering
sturen: de opdrachten waarvoor we gevraagd worden, en de vragen
van de koorleden. Externe en interne druk. Die interne beweging
is dikwijls een reactie, soms op het hoge tempo, soms op het repertoire,
of vooral op de eenzijdigheid ervan. Dat is niet negatief.
- We geloven dat de meeste koorleden wel beseffen
dat die gedurfde projecten de grenzen van het koor hebben verlegd,
en na een geslaagde onderneming is er niet alleen satisfactie
over het bereikte resultaat, maar dikwijls ook enthousiasme over
het werk zelf. Kijk maar naar de reacties na Philip Glass
vorig jaar.
- Is mijn indruk juist dat wie vroeger de programmering
vastlegde, de dirigent dus, dat autonoom deed, maar dat er nu
veel meer factoren meespelen? Externe vragen inderdaad, maar ook
kansen die gecreëerd worden door pianisten-koorleden, creaties
van werken...
- ...en allerhande toevalligheden. Onze vriend
László [Heltay, een bevriende Engelse dirigent,
nvdr.] b.v. Het komt eropaan de ogen open te houden en de
mogelijkheden ook te gebruiken.
Koorreizen
- Koorreizen, hebben die
ook een invloed?
- Natuurlijk. Als we naar het buitenland trekken,
kunnen we nooit voltallig optreden. We kunnen daar dan wel Parry
zingen [Hubert Parry, 6 Songs of Farewell, 4-stemmig
tot 8-stemmig, nvdr.], maar alleen de 4-stemmige nummers.
En op reis nemen we graag wat lichtere kost mee. Ook die nummers
moet je met kwaliteit brengen, daar moet je dus even goed hard
aan werken tijdens de repetities.
De keerzijde van de bekende medaille
- Om nog eens op dat 2-sporenbeleid
terug te komen, ik kan het ook anders formuleren. Er zijn dingen
waar we goed in zijn, waarmee we een reputatie hebben opgebouwd,
waarvoor we bekend zijn. Voor die dingen worden we extern gevraagd,
dat is onze USP, onze unique selling proposition. Daar
staat tegenover dat we met het koor ook een interne opdracht moeten
vervullen. Het is b.v. onze ambitie elke koorzanger die langer
dan een jaar of 5 bij het koor blijft, het hele gamma koorwerken
te leren kennen, van Schütz tot Coryn, van polyfonie over
romantiek tot hedendaags. Dat is niet vanzelfsprekend. Neem die
polyfonie. Moet (of mag) je die met een groot koor uitvoeren?
Dat is in elk geval niet waar we voor zullen gevraagd worden,
maar toch moeten we die vraag niet uit de weg gaan. Al ken ik
eerlijk gezegd het antwoord niet. Eigenlijk is dat de klassieke
discussie: kan je een programmering los zien van het instrument ?
Kan je met het instrument "groot amateurkoor" polyfone
muziek brengen ? Ik heb geen antwoord, ik zie argumenten aan beide
kanten.
- Als je merkt dat de kwaliteit in gevaar komt
moet je opdrachten kunnen weigeren (wat altijd een beetje schaadt
aan die identiteit) en eventueel herbronnen. We hebben "klassiekers"
nodig om de kwaliteit op peil te houden.
- Dat sluit weer aan bij ons stemvormingsproject.
Elke repetitie begint met een uitgebreide stemvormingssessie omdat
we de kwaliteit willen onderhouden. Maar dat is onvoldoende. Programmering
en kwaliteit hebben een duidelijke relatie.
Projecten van koorfederaties en
eigen projecten
- Samenwerking met grotere
organisaties (koorfederaties b.v.) kan dat proces doorkruisen.
Medewerking van het koor aan sommige grotere projecten is niet
altijd mogelijk of aangewezen en dat levert wel eens spanningen
op. Dat moeten we dan maar goed bij die federatie uitleggen, en
dan zal dat ook aanvaard worden.
- Vroeger gaven we regelmatig eigen concerten,
organiseerden we zelfs concertreeksen.
- Door de drukkere agenda kunnen we dat de laatste
jaren niet zo intensief meer doen. Eigenlijk is dat een luxeprobleem...
- ...maar qua kwaliteitsbewaking zitten we niet
in een luxepositie. Dat moeten we dus vooral goed in het oog houden.
Onze kwaliteit moeten we bewijzen aan de buitenwereld, maar nog
meer intern. Het koor is daar uiterst gevoelig voor. Programmeren
is dus ook altijd een beetje bijsturen, reageren op een voorbije
periode, reageren ook op reacties uit het koor. Goedbedoelde reacties,
want zelfs wat aanvankelijk negatief lijkt kan een katalysator
zijn om die bijsturing te organiseren. Individuele reacties zijn
daarenboven dikwijls een signaal van een grotere groep. Dat moet
je zorgvuldig in de gaten houden.
Individuele wensen
- Al moet je toch een onderscheid
blijven maken tussen een algemene lijn waarvoor iemand aandacht
vraagt en individuele wensen van individuele mensen. Wat niet
uitsluit dat desiderata uit die laatste categorie ingewilligd
worden. Als iemand, een gevestigde waarde in het koor, iets speciaals
vraagt moeten we daarvoor zeker een opening proberen te vinden.
Schrik dus niet als je straks de partituur krijgt van Brahms'
Fest- und Gedenksprüche...
- Ik vind trouwens, en dat is zeer belangrijk,
dat een voorstel tot ombuigen van het programmeringsbeleid alleen
acceptabel is als ze komt vanuit een absolute loyaliteit tegenover
het lopende beleid.
- Iedereen heeft wel eens moeilijke momenten, daar
moet je je dan doorheen bijten. Het is uitgesloten dat we met
koorleden à la carte gaan werken.
- Wie het moeilijk heeft is vanzelfsprekend altijd
welkom om daar over te praten, maar wel graag buiten de werkuren.
Tijdens de repetities hebben we andere beslommeringen.
- De programmering komt in die zin dus niet formeel
democratisch tot stand. Maar we houden wel voortdurend contact
met de groep en we houden ook rekening met de wensen en bezwaren
die erin leven. En reken maar dat de mentaliteit bij de leden
ook voortdurend evolueert.
- En laten we realist blijven. Onze programmering
zal altijd doorkruist worden door onverwachte vragen, we mogen
ons niet te strak opstellen, want dan mis je interessante dingen...
- ...maar misschien moeten we wel vaker en duidelijker
bij de koorleden tekst en uitleg geven.
De uitdaging van de lat
- De dirigent wil wel eens
uitdagen, de lat hoger leggen...
- Dat zou wel eens kunnen,
ja, maar nu ben jij aan het uitdagen...
- Nee, ik meen het, we hebben dat ook nodig. Lees
er maar op na wat Roland Coryn daarover zegt [MaarNormaal 2,
november 1999, nvdr.].
- En toch moeten we uitkijken. De uitdaging moet
niet zijn alsmaar meer halsbrekende prestaties neer te zetten,
maar kwaliteit te blijven brengen, ongeacht wat we zingen. En
zo zitten we opnieuw in de discussie van daarnet.
[stilte]
- Hoe meer ik erover praat,
hoe meer ik zin begin te krijgen Schütz te gaan zingen.
En opnieuw kwaliteit
- We bewegen ons als amateurkoor
op een muzikaal vrij hoog niveau. Wat doen we met vragen die in
een meer populaire richting gaan ?
- Stel dat Koen Crucke ons vraagt !
- Als koor gaan we daar in de regel niet op in.
Individuele leden, dat is wat anders, die evenementen kunnen best
leuk en interessant zijn. Neem nu wat er tijdens de laatste Gentse
Feesten bij Sint-Jacobs is gebeurd [met werk van Guido Naessens],
daarin hebben nogal wat GMK'ers meegezongen.
- Ik weet nog zo niet of ik het daar mee eens ben.
Ik bedoel of we, ook als koor, niet moeten ingaan op dergelijke
aanbiedingen. We blijven een serieus koor, maar ook in dat lichtere
genre moeten we dan kwaliteit nastreven (laten we dat vooral goed
in het oog houden) maar dat kan een hele prettige en verrijkende
ervaring zijn. We doen trouwens te weinig lichtere dingen. Dus
als we de kans krijgen om iets te doen met Jo Lemaire, of met
die Koen Crucke...
- [voltallig:] Met Koen
Crucke ?
- [Johan:] Nu ja, die
ken ik eerlijk gezegd niet.
© v.z.w. Gents Madrigaalkoor
 |
MaarNormaal is een uitgave van het Gents Madrigaalkoor
H. Frère-Orbanlaan 609
B-9000 Gent
tel / fax: (09)223 5052
secretariaat@gmk.be
|
 |